Radiografie Orthopantogram Echografie Doppler Mammografie Botdensitometrie

Wie zijn wij?

Sinds 1986 staan wij in de Voorkempen van Antwerpen voor snelle afspraken met een persoonlijke service en voor onderzoeken uitgevoerd met state-of-the-art apparatuur. Bij ons bent u geen nummer, dus krijgt elke patiënt de tijd die nodig is. Wij staan u ten allen tijde ook graag persoonlijk te woord en u krijgt uw verslag in de meeste gevallen ook onmiddellijk met u mee.

Onze specialisaties zijn borstaandoeningen en aandoeningen van spieren en skelet, in het bijzonder sportletsels.



Dr. Everhard Vandervliet

Lid van EUSOBI, BVS, BSR, VVS

Dr. Philip Taillieu



Responsive image

Onderzoeken

Responsive image

Standaard radiografie

De klassieke "foto's". Met Röntgenstralen of Rx-stralen wordt een doorlichting van een lichaamsdeel gemaakt. Dit onderzoek is uitermate geschikt om het beendergestel te onderzoeken, bijvoorbeeld om artrose op te sporen of een breuk. Vaak wordt een radiografie uitgevoerd als aanvulling op een echografie, omdat de combinatie van beide de meeste informatie oplevert. Belangrijk om te weten is dat standaard radiografie een veel lagere stralingsdosis vereist dan een CT-scan (computed tomography), vaak zelfs slechts een honderdste hiervan. Bovendien zijn de botten relatief ongevoelig voor de effecten van x-stralen. Met deze techniek worden soms ook onderzoeken uitgevoerd van de slokdarm, de maag en de darmen. Hiervoor neemt men ter plaatse een drankje in.

Mammografie

De gouden standaard voor het onderzoek van de borsten. Dit onderzoek maakt ook gebruik van Röntgenstralen. Nieuwe digitale technieken garanderen hierbij een veel lagere stralingsdosis dan vroeger het geval was. Bij mammografie wordt een heel strikte vergelijking gemaakt met vorige mammografieën (als die er zijn), en meestal wordt dit onderzoek ook aangevuld met een echografie om bepaalde zones nog gedetailleerder te bekijken. Onze praktijk is een door de overheid erkend centrum voor borstkankerscreening, hetgeen betekent dat wij aan de strengste eisen voldoen, zowel technisch als diagnostisch. Indien u komt voor het door de overheid georganiseerde bevolkingsonderzoek, mag vanwege de overheid op dezelfde dag geen bijkomende echografie gedaan worden.

Echografie

Dit onderzoek maakt gebruik van geluidsgolven in plaats van röntgenstralen. Echografie is uitermate geschikt voor organen, spieren en pezen en is daarom de ideale aanvulling op radiografie, dat eerder bedoeld is voor het beendergestel. De kwaliteit van deze techniek is dusdanig goed dat echografie het eerstelijns onderzoek is voor pezen en de buitenkant van gewrichten. Daarnaast is het een bijzonder zinvolle aanvulling op mammografie – zeker indien er sprake is van een grote hoeveelheid borstklierweefsel.

Botdensitometrie

Met deze techniek wordt de mineralisatie van het bot bepaald om na te gaan of er sprake is van botonkalking. Hierbij wordt gemeten hoeveel stralen de onderste wervels en beide heupen absorberen van een zeer lage dosis Röntgenstraling. Dit vormt dan een maat voor de hoeveelheid kalk die nog in het bot zit en hoe sterk het bot bijgevolg nog is. Dit onderzoek is uitermate zinvol voor vrouwen vanaf het begin van de menopauze en bepaalt de kans op ernstige breuken. Indien er sprake is van botontkalking of osteoporose, kan via uw huisarts of specialist een behandeling gestart worden om het bot weer sterker te maken.

Borstkankerscreening

Alle dames tussen 50 en 70 krijgen elke twee jaar een uitnodiging voor de gratis mammografie in het kader van het bevolkingsonderzoek. In principe krijgt u hiervoor een afspraak (op uw uitnodiging vermeld), maar het staat u vrij om een ander moment te kiezen.

Q & A

In de luchtledige buis van een röntgentoestel bevinden zich een metalen kathode en anode (bijvoorbeeld van de chemische elementen molybdeen of wolfraam). De kathode wordt verwarmd, zodat sommige elektronen in de kathode van hun kern losgeweekt worden. Door een elektrische spanning aan te leggen tussen de kathode en de anode worden deze losgeslagen en negatief geladen elektronen als het ware naar de (positief geladen) anode gezogen door de luchtledige buis en deze elektronen botsen dan ook met hoge snelheid en energie in op de atomen van de anode. Als gevolg daarvan worden sommige elektronen van de metalen anode uit hun baan rond de kern geslagen en hierbij komt elektromagnetische straling vrij, die men X-stralen of röntgenstralen noemt. Dit gebeurt allemaal met één druk op een knop!
Deze elektromagnetische straling wordt in min- of meerdere mate door het lichaam geabsorbeerd. Als men een voor röntgenstraling gevoelige plaat achter het lichaam plaatst, en het lichaam wordt bestraald, dan ziet met dus op die plaat een beeld van het lichaam. Aangezien elke struktuur in het lichaam de röntgenstraling in een andere mate absorbeert (bot houdt bijvoorbeeld veel meer straling tegen dan huid), kan men zo verschillende strukturen van het lichaam herkennen. Afwijkingen zoals bijvoorbeeld een botbreuk hebben vaak ook andere absorptie-eigenschappen dan normaal weefsel en kunnen daardoor onderscheiden worden.

Röntgenstralen / X-stralen zijn theoretisch gezien niet zonder risico's. Nochtans bestaan er heel wat misvattingen en niet gefundeerde angst over X-stralen. Daarom een aantal feiten en kanttekeningen om alles in het juiste perspectief te plaatsen.
 
X-stralen of röntgenstralen zijn een vorm van elektromagnetische straling, zoals ook licht of radiogolven, maar met een andere energie. Wanneer deze röntgenstralen op het lichaam invallen, worden ze gedeeltelijk geabsorbeerd. Hierbij kan theoretisch gezien schade aan het DNA toegebracht worden. Sommige strukturen van het lichaam maken nieuwe cellen aan om hun oude, "versleten" cellen te vervangen. Deze strukturen vernieuwen zichzelf dus constant. Een cel waarvan het DNA beschadigd is, kan in heel zeldzame gevallen die fout overdragen op haar dochtercellen. Deze cellen met fout DNA zouden dan ongeremd kunnen beginnen delen en zo kan een gezwel ontstaan. Dit kan alleen maar door elektromagnetische straling met hoge energie: bijvoorbeeld UV-straling van de zon, maar ook door X-stralen. De kans dat dit echter gebeurt door een radiologisch onderzoek hangt in sterke mate af van de dosis die u krijgt en die is voor standaard radiologie bijna verwaarloosbaar. Hierop wordt in een volgend puntje teruggekomen.
 
Het risico dat u loopt om een gezwel te ontwikkelen door de UV-straling van de zon is letterlijk duizenden keren groter dan de kans om een gezwel te ontwikkelen door de X-stralen die gebruikt worden voor de klassieke foto's. Dit wordt bewezen wordt door het aantal nieuw ontdekte huidkankers per jaar in onze contreien. In het geval van X-stralen gaat het om een theoretisch geschatte kans. Deze kans is bijzonder klein en statistisch moeilijk te schatten, maar inderdaad niet onbestaand.
 
Daar zijn echter enkele opmerkingen rond te maken.
 
Zo zijn er nog andere bronnen van straling, die men natuurlijke straling of achtergrondstraling noemt (2,5 mSv/jaar; bron: FANC), onder andere:
  • Kosmische straling: röntgenstraling van de zon (6%); de dosis neemt hierbij toe met de hoogte
  • Aardse straling: straling afkomstig van de gesteenten in de bodem (9%), met een sterke geografische spreiding (veel meer aanwezig in de bergen dan op het platteland)
  • Radio-actieve gassen die in slecht geventileerde ruimtes voorkomen (radon en thoron): 33%
  • Bouwmaterialen zoals gyproc en allerlei soorten natuursteen: 14%
Dit betekent dat een weekje skiën in de bergen u blootstelt aan eenzelfde dosis röntgenstralen als één radiografie van de longen. Hetzelfde geldt voor een transatlantische vlucht met het vliegtuig. Ook verbouwingen in huis met gyproc of het plaatsen van een natuurstenen keukenblad levert u op jaarbasis een relevante extra dosis straling op. Er zijn met andere woorden buiten beeldvorming met X-stralen nog vele andere bronnen.

Iets meer dan de helft van alle ioniserende straling die een mens in België per jaar absorbeert, is met andere woorden niet van radiologische onderzoeken afkomstig. Slechts 20 procent van de straling die wel door medische onderzoeken wordt geabsorbeerd, is afkomstig van standaard foto's.

Voor gewone foto's: weinig tot heel weinig!

Er zijn verschillende manieren om de dosis straling die geaborbeerd wordt uit te drukken.

  • De "geabsorbeerde dosis" is een maat voor de energie die per bestraalde massa wordt overgedragen aan deze massa en wordt uitgedrukt in Gray (Gy).
  • De "equivalente dosis" is hetzelfde, maar houdt met een wegingsfactor rekening met de soort straling en wordt uitgedrukt in Sievert (Sv). Niet alle straling is immers dezelfde: alfastraling (die niet in de radiologie wordt gebruikt) krijgt bijvoorbeeld een wegingsfactor 20 en X-stralen een wegingsfactor 1. 
  • De "effectieve dosis" houdt daarenboven met een wegingsfactor rekening met de gevoeligheid van bepaalde organen voor ioniserende en wordt eveneens uitgedrukt in Gray (Gy). Niet elk orgaan van het lichaam is namelijk even gevoelig voor straling: de schildklier is bijvoorbeeld veel gevoeliger voor straling dan het bot (maar van de schildklier worden geen radiografieën gemaakt...).

Je kan de geabsorbeerde straling van een röntgenonderzoek ook afwegen tegen wat je per dag aan straling afkomstig uit de natuur absorbeert (de zogenaamde achtergrondstraling). Een persoon in België wordt per jaar blootgesteld aan ongeveer 2,6 mSv achtergrondstraling. Per dag is dat dus ongeveer 0,0077 mSv, gewoon door in het park een wandeling te doen... Dit komt ongeveer overeen met één radiografie van de longen. Een radiografie van een hand levert dezelfde dosis als twee tot drie uur achtergrondstraling. Een mammografie levert wat meer straling, ongeveer even veel als twee tot drie weken achtergrondstraling. Om dit dan weer in perspectief te plaatsen: dat is ongeveer evenveel als wat u aan extra straling absorbeert als u naar Amerika vliegt en terug.  

https://www.gov.uk/government/publications/ionising-radiation-dose-comparisons/ionising-radiation-dose-comparisons

Borstkanker treft in België 13% van de vrouwen en ons land hoort hier bij de koplopers in Europa! Tussen de leeftijd van 50 en 70 wordt je als vrouw elke twee jaar uitgenodigd voor het gratis bevolkingsonderzoek: een fantastisch initiatief. Anderzijds leidt dit soms tot de misvatting dat je vóór je 50 en na je 70 geen borstkanker zou kunnen krijgen. Niets is minder waar! 50% van de gevallen van borstkanker treedt op in deze leeftijdscategorie, maar 25% vóór de leeftijd van 50 jaar en 25% na de leeftijd van 70. Over het algemeen zijn de borstkankers onder de 50 zelfs de agressiefste. 

De leeftijdsgrens voor het bevolkingsonderzoek is per land anders ingesteld: in sommige landen worden dames al vanaf hun 45 uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek en in sommige landen tot hun 75. In de VS is de officiële aanbeveling van "The American Society of Cancer" zelfs dat vrouwen vanaf hun 40 jaarlijks een mammografie zouden laten maken.

Wij raden dan ook aan vanaf je 40 elke twee jaar een mammografie te laten maken, tussen je 50 en 70 via het gratis bevolkingsonderzoek. Aangezien borstkankers sneller groeien onder je 50, raden wij bovendien aan elk jaar een echografie te laten maken tussen 40 en 50. Indien er sprake is van veel klierweefsel, een familiale geschiedenis van borstkanker of andere risicofactoren die de kans op borstkanker vergroten, raden wij een bijkomende jaarlijkse of tweejaarlijkse echografie ook aan boven je 50. Wat het beste bij u past wordt besproken tijdens de consultatie.

De techniek van conventionele radiografie staat beschreven in een hoger puntje. Radiografie is bijzonder nuttig voor het opsporen van aandoeningen van botten en gewrichten: slijtage, ontstekingen, breuken... Gelukkig zijn net deze strukturen het meest ongevoelig voor straling. Een radiografie van een hand levert dezelfde dosis als drie uur in het park wandelen... Spieren en pezen kan je daarentegen niet beoordelen met radiografie. Uiteraard kan dit wel met echografie en daarom wordt in de musculoloskeletale beeldvorming (beeldvorming van spieren, pezen, botten en gewrichten) bijna altijd een combinatie gemaakt hiermee. 

CT maakt eveneens gebruik van röntgenstralen. Hierbij maken de stralingsbron en de detector echter een cirkel rondom de patiënt, waarbij deze continu gescand wordt. Achteraf kan dan de computer een doorsnede van het lichaam berekenen, vandaar de naam: computed tomography (CT). Het voordeel van CT ten opzichte van radiografie is dat deze techniek ook sommige weke delen kan afbeelden en ook alle kleine hoekjes en kantjes van het lichaam in beeld kan brengen, waar je soms met echografie en radiografie niet aan kunt. Het nadeel is dat de stralingsdosis tot honderden malen hoger ligt dan bij radiografie. Daarnaast wordt ook vaak contrast in de bloedvaten gespoten. Dit kan erg belastend zijn voor de nieren.

NMR (nucleomagnetic resonance) of MRI (magnetic resonance imaging) zijn dezelfde onderzoeken. Ook hier gaat het om dwarsdoorsneden van het lichaam, maar gebruikmakend van een magnetisch veld en niet van röntgenstraling. Het voordeel is uiteraard dat er geen straling wordt gebruikt. Ook hier wordt echter heel vaak een contraststof ingespoten. Bovendien zijn er vaak heel lange wachttijden voor dit onderzoek.

Er is enige overlap tussen wat men kan zien op deze verschillende onderzoeksmodaliteiten, maar het is bijvoorbeeld lang niet altijd zo dat MRI beter is dan standaard radiolografie of echografie. 

Bij een mammografie wordt de borst samengedrukt en wordt hiervan in twee richtingen en met behulp van röntgenstralen een doorlichting gemaakt. Het voordeel van een mammografie is dat het een mooi overzichtelijk beeld is waarop je snel asymmetrieën opmerkt die kunnen wijzen op een kwaadaardig gezwel en dat je mooi verkalkingen kan opsporen die ook soms op borstkanker wijzen. Bovendien zijn mammografieën heel goed vergelijkbaar, zodat de radioloog gemakkelijk veranderingen kan zien in het borstweefsel vergeleken met een vorige mammografie.

Een echografie maakt gebruik van de weerkaatsingen (echo's) van geluid om een beeld te vormen, net zoals een vleermuis in het donker kan zien. Een echografie is minder overzichtelijk dan een mammografie en is slecht in het opsporen van verkalkingen, maar is meestal wel gedetailleerder. Als de radioloog een afwijking ziet op mammografie, dan kan hij deze met echografie dus meer in detail bekijken en vaak al een diagnose stellen. Bovendien maakt echografie geen gebruik van röntgenstralen en is echografie dus wat gezonder.

Beide onderzoeken zijn heel aanvullend en worden dan ook bijna altijd samen uitgevoerd.

Soms wordt ook een NMR / MRI uitgevoerd: voor borsten bijna altijd als er op mammografie en / of echografie een afwijking is gevonden, waarvan de diagnose niet meteen duidelijk is. Hierbij wordt dan een stof in de bloedvaten gespoten en kijkt men of dit letsel aankleurt. Het is met andere woorden een heel gericht onderzoek en wordt slechts zelden gebruikt als initieel onderzoek omdat het aantal vals positieven (het aantal onterecht als ziek bestempelde gevallen) hierbij te groot is.

De screening gaat uit van de overheid in het kader van kankerpreventie en is gratis voor dames tussen 50 en 70. Hierbij wordt een mammografie gemaakt die door de radioloog dezelfde dag nog bekeken wordt. Deze wordt vervolgens digitaal naar de universiteit gestuurd, waar een tweede radioloog het onderzoek bekijkt. Bij onenigheid tussen beide radiologen wordt een derde radioloog ingeschakeld. Het resultaat van de screening krijgt men dus nooit onmiddellijk mee. Bij 2 tot 5 procent van de patiënten wordt een bijkomend onderzoek gevraagd, meestal een echografie. Dit betekent echter niet dat u kanker heeft! In totaal hebben immers minder dan 1 procent van alle gescreende patiënten een kwaadaardig letsel.

Bij het standaard onderzoek wordt de mammografie onmiddellijk vergeleken met de vorige (als die er is). Bijna altijd volgt hierop meteen een echografie en even later krijgt u het resultaat mee. 

Consultatie

Op afspraak

maandag en dinsdag: 8.30-18.00 u
woensdag: 8.15-18.00 u
donderdag: 8.30-18.00 u
vrijdag: 8.00-12.00 u (telefonisch tot 17 u bereikbaar)

Vrije raadpleging

maandag - woensdag - vrijdag: 9.00 - 10.00 u
dinsdag - donderdag: 15.30 - 16.30 u

Hoe ons te bereiken ?

Onze gegevens

  • Handelslei 200, 2980 Sint-Antonius-Zoersel

    -- Parking achteraan de praktijk

Contacteer ons

  • (03) 384 07 99
  • (03) 314 15 10